Livre
Néerlandais

Dieperik : roman

Leo Pleysier (auteur)

Dieperik : roman

Genre:
Zomeravond op het land. Een jongetje fietst op het achtererf van de ouderlijke boerderij terwijl zijn moeder, op een bank in de openlucht, prinsessenbonen zit af te halen. Het parcours dat hij aflegt heeft de vorm van een liggende acht en de bank waarop zijn moeder zit, staat vlak bij het punt waar de twee lussen van dat cijfer elkaar raken. Dit fietsende jongetje is in de ban geraakt van woorden,
Titre
Dieperik : roman
Auteur
Leo Pleysier
Langue
Néerlandais
Éditeur
Amsterdam: De Bezige Bij, 2010
111 p.
ISBN
9789023458890 (hardback)

Commentaires

Leo Pleysier : Dieperik

Leo Pleysier

Dieperik

"We moeten maar eens wat meer vooruitkijken en wat minder omkijken. (...) Het kookvuurtje van het verleden laat de pan van het heden soms wat te snel verdampen als je niet oppast." De zinnen staan er nogal lapidair aan het eind van Dieperik, de nieuwe roman van Leo Pleysier. De met veel witregels omzoomde tekst kun je evengoed een uit de kluiten gewassen novelle noemen. Een pregnante herinnering uit dat immer opspelende verleden wordt in Dieperik vakkundig omcirkeld, gecultiveerd én gestileerd. Erg spectaculair is ze niet: het jongetje Michel wordt door zijn stoere en sportieve nonkel Wies op het nippertje gered van de verdrinkingsdood in een Kempense kleiput, ergens in de jaren vijftig. Het schept een band, denkt hij, want ze besluiten het voorval te verzwijgen voor zijn vader en moeder, bij wie Wies inwoont. Maar de jongen blijft ermee worstelen. Bijvoorbeeld op die warme zomeravond wanneer hij in eindeloze achtvorm rondjes fietst op de ouderlijk…Lire la suite

Al dat gedoe met nonkel Wies

In een dorp dat lijkt op dat van zijn jeugd speelt Dieperik van Leo Pleysier, een roman die naadloos aansluit bij de rest van zijn oeuvre.

Michel probeert vat te krijgen op de wereld door middel van de taal

Voor wie in de loop van de jaren '80 opgroeide in het noorden van de Antwerpse Kempen (count me in!) en de wereld van de literatuur intuimelde (jawel!), was het bestaan van Leo Pleysier een hele geruststelling. Voor deugdelijke boekhandels moest je naar de stad; interessante schrijvers woonden in een metropool (en als dat niet het geval was, resideerden ze in de regel héél ver weg); het ware leven, het leven dat interessant genoeg was om erover te schrijven, speelde zich ver van onze voordeur af. Toen was er plots Leo Pleysier.

Zijn boeken werden uitgegeven bij De Bezige Bij, ook de uitgever van W.F. Hermans, Malcolm Lowry, Jack Kerouac, Johnny Van Doorn en Armando - in die dagen allemaal grote helden van me. In mijn verbeelding kende hij ze allemaal persoonlijk, en mocht hij ze met de voornaam aanspreken. Zijn romans speelden zich niet alleen af in het landschap waar ik elke dag doorheen fietste, ze ha…Lire la suite

Ik ben een miniaturist

In het nieuwe boek van Leo Pleysier (65), Dieperik, volgen we een jongetje dat op zijn fiets door het landschap van een ver vervlogen tijd peddelt. Het verhaal is klein en intiem, en tegelijkertijd groots en meeslepend. De bedachtzame schrijver, die zichzelf een miniaturist noemt, vertelt hoe uit één oerscène een verhaal groeide.

Leo Pleysier: "Ik heb mezelf verrast met dit boek, want toen ik eraan begon wist ik niet waar het naartoe zou gaan. De kiem van het verhaal is de beginscène: het jongetje dat op het erf van de ouderlijke boerderij rondfietst terwijl zijn moeder boontjes zit te doppen, een beeld dat me uit mijn kinderjaren in Rijkevorsel is bijgebleven. Aan dat beeld is het hele boek opgehangen. Ik heb heel lang zitten piekeren over welke verhaallijnen er uit voort zouden kunnen komen. Toen ging ik inzoomen op dat oerbeeld, en zag dat onder het vredige tafereel nog iets anders schuilt. Angst van zo'n kind bijvoorbeeld, dat boven in bed ligt terwijl zijn vader beneden met lawaaierige vrienden zit te kaarten.

Drie jaar

"Ik ben absoluut niet beschaamd dat ik drie jaar heb gewerkt aan dit boek, integendeel! (lacht) Ik denk dat de gebaldheid van het verhaal de intensiteit ervan verhoogt. Ik ben nu eenmaal geen breedvoerige, epische verteller, maar eerder een miniaturist in de letterlijke, bij…Lire la suite

Een trendy boek

In zijn nieuwste roman, Dieperik, trekt Leo Pleysier zichzelf letterlijk uit de Kempense klei. En dat zou eigenlijk voorpaginanieuws moeten zijn.

Leo Pleysier is 65 geworden. Geruisloos, zoals het een 'stille' schrijver past. Dat epitheton kreeg hij van woelwater Dimitri Verhulst die vorig jaar curator was van Zogezegd . Verhulst verzuchtte toen dat het niet makkelijk is om 'zeurpieten' zoals Leo Pleysier een plaatsje te geven op de affiche van een hippe happening. Pleysier maalde er niet om. Hij heeft zich altijd ver gehouden van het publieke forum en hij heeft al die mediatieke hysterie ook niet nodig. Zijn lezers en de fijnproevers die in 2008 voor Knack de canon van de Vlaamse literatuur opstelden, situeren hem zonder aarzelen bij de grootste nog levende Vlaamse auteurs. Dat hij eerst in Nederland succes moest oogsten voor hij hier voor vol werd aangezien, wordt echter vaak vergeten.

Wie 'Leo Pleysier' intikt in een zoekmachine, krijgt altijd dezelfde trefwoorden terug: 'Kempen', 'idioom', 'familieromans', 'volks' en 'klei'. Dat is vreemd want zijn boeken spelen zich ook af op de …Lire la suite

Een zomerse zaterdagavond. Een jongetje van een jaar of tien, net in bad geweest, fietst op het erf langs een groot parcours dat hij in de vorm van een liggende acht heeft uitgezet. Waar de twee cirkels elkaar raken, zit zijn moeder boontjes te repen, die ze wil inmaken. 'In de zomer denkt zij al aan de winter.' Een idylle? Wie de zin een tweede keer leest, beseft dat het volle, het vruchtbare, het warme ook een tegendeel heeft. Niet alles blijft duren. Uitgaand van dit centrale nu-moment maakt ook de verteller cirkelende bewegingen, uitdijend in de ruimte, spiralen borend in de tijd. Zijn taal, zijn waarneming, zijn fantasie, zijn manier van in het leven staan zijn typisch jongetje. Hij houdt scherp zijn omgeving in het oog: de boerderij met de onbetrouwbare hond aan de ketting, het melken van de koeien en de twee kemphanen in huis: zijn vader, een veekoopman, en nonkel Wies, de jongere broer van moeder. Een sportieve jongeman die bij hen als knecht inwoont en naar wie de jongen opki…Lire la suite
Kempenaar Leo Pleysier (1945) schreef een tiental romans waarvan de veel geprezen (door pers en lezers) en bekroonde "Wit is altijd schoon" de bekendste is. In de van hem bekende poëtische -stille- stijl beschrijft hij in deze roman de dagen van zijn idyllische jeugd en jaren daarna. Hoe idyllisch ook, hoofdpersoon Michiel leeft met een geheim. Tijdens een uitstapje met zijn oom Wies naar de kleiput van Belmans is Michiel aan de dood ontsnapt. Oom Wies heeft hem ternauwernood gered van de verdrinkingsdood. Dat is het geheim dat hij zelfs voor zijn moeder moet bewaren. Deze gebeurtenis die vanzelfsprekend zijn leven heeft getekend, is de rode draad van deze roman, met het leven in de Kempen als decor. Pleysier schildert met groot vakmanschap en scherp opmerkingsvermogen het alledaagse leven, dat voor wie goed kijkt veel minder alledaags is, dan het op het eerste gezicht lijkt. Een prachtige kleine roman. Gebonden, normale druk.

À propos de Leo Pleysier

CC BY-SA 4.0 - Image by Michiel Hendryckx

Leo Pleysier (pour l'état civil: Leo Jozef Theresia Pleysier) est un écrivain belge d'expression néerlandaise né à Rijkevorsel le 28 mai 1945.

Bibliographie

  • 1971 - Mirliton, een proeve van homofonie
  • 1972 - Niets dan schreeuw
  • 1975 - Negenenvijftig
  • 1976 - Bladschaduwen
  • 1976 - En wat zullen we over het sterven zeggen?
  • 1977 - Het jaar van het dorp, of De razernij der winderige dagen
  • 1977 - Vlaanderen '77
  • 1981 - De weg naar Kralingen (1860-1980)
  • 1983 - Inpakken en wegwezen
  • 1983 - Kop in kas
  • 1987 - Shimmy
  • 1989 - Wit is altijd schoon
  • 1991 - De kast
  • 1993 - De Gele Rivier is bevrozen
  • 1996 - Zwart van het volkEn lire plus sur Wikipedia